Acceptatie en resultaten centraal tijdens tweede SETU-congres

Donderdag 8 september werd in Nieuwegein het tweede SETU-congres gehouden, georganiseerd door SETU en programmabureau NOiV (ICTU). Op het congres kwamen circa 90 geïnteresseerden af. Zij konden terugzien op een geslaagde, maar bovenal plezierige middag.

Het was dagvoorzitter Erik Gerritsen (ambassadeur open standaarden en open source software) die het evenement opende, en daarbij kort inging op de ontstaansgeschiedenis en de resultaten van SETU (“Na DigiD is SETU misschien wel het beste voorbeeld van een standaard die bottom up uitgegroeid is tot de facto standaard”). Na een snelle introductie gaf hij het woord aan een drietal sprekers: Ineke Schop (programmamanager NOiV); Toon Warnier (inkoop portfoliomanager personeel voor het Rijk); en Menno van Drunen (programmamanager e-factureren en DigiInkoop – Logius). Elk van hen mocht in een paar minuten uitleggen wat de SETU-standaard voor hun organisatie of onderwerp betekende.

Ineke Schop haalde onder meer aan dat SETU, na het opzetten van programmabureau NOiV halverwege 2008, de eerste nieuwe standaard was die een plaats kreeg op de ‘pas-toe-of-leg-uit’-lijst. “SETU heeft in al die jaren nooit ter discussie gestaan”, aldus Schop. “En dat is absoluut een compliment aan de branche. Het is een degelijke, goede standaard die terecht veel wordt gebruikt. Wat mij betreft is SETU ook een prachtig voorbeeld van hoe je iets kunt bereiken door samen te werken.” Het compliment van Ineke Schop werd door Hetty Braam, bestuurslid van SETU, dankbaar aanvaard. “Wat mij betreft is deze middag nu al een succes”, aldus Braam.

Inkoop
Toon Warnier benadrukte in zijn presentatie de voordelen die standaardisatie, bijvoorbeeld in de vorm van een SETU-standaard, zou kunnen hebben voor de verschillende ministeries. Bijvoorbeeld bij het betrekken van tijdelijk personeel of de rol die het heeft in een aanbestedingsproces. “Nu nog is het zo dat ieder ministerie zijn eigen ding doet, maar uiteindelijk is het de bedoeling dat ministeries op het gebied van inkoop (meer) gaan samenwerken”, aldus Warnier. “Dat betekent wel dat je de werkwijzen op elkaar af moet stemmen, en het dus belangrijk is welk proces je daarbij inricht. Daarin kan SETU een voorname rol spelen.”

Ook Menno van Drunen onderstreepte in zijn bijdrage het belang van samenwerken. “DigiInkoop moet het inkoopproces bij de Rijksdienst gemakkelijker, efficiënter, doelmatiger en rechtmatiger maken. De verwachting is dat dit najaar vijf ministeries DigiInkoop gebruiken voor het bestellen van producten en diensten, waarbij het inkoopsysteem gebruikmaakt van de SETU-standaard. Medio volgend jaar vindt de uitrol plaats bij de resterende ministeries, en dat betekent uiteindelijk dat de volledige Rijksdienst op één manier zal gaan werken bij haar inkoop. Met behulp van de SETU-standaard”, aldus Van Drunen, die aangaf dat er “met open standaarden (zoals SETU) hartstikke veel geld te verdienen valt.”

Afwijken
Na de presentatie van Van Duren ontspon zich een discussie of bij het gebruik van een standaard afgeweken mag worden van de vastgestelde lijnen. Bijvoorbeeld waar het gaat om de SETU-standaard. Ineke Schop was daar stellig in: “Een beetje SETU kan niet, en wat dat betreft is het bij DigiInkoop niet helemaal SETU.” Menno van Drunen erkende dat van twee punten afgeweken was van de huidige versie van SETU. Hij erkende ook dat begonnen was met de implementatie daarvan, zonder op de uitslag van het SETU-bestuur te wachten. Namens dat bestuur betoogde Hetty Braam dat “de zaak een hoofdbreker is, maar dat de intentie is om er met z’n allen uit te komen.” Harry van der Sander, lid van de Werkgroep van SETU, bevestigde dat inmiddels een positief advies bij het bestuur was neergelegd met betrekking tot ‘de zaak-DigiInkoop’.

Gevraagd naar het succes achter SETU, antwoordde Ineke Schop dat met name de bottom up benadering daaraan bijgedragen heeft. “Verder hebben ze het simpel gehouden, en is het beheer en de doorontwikkeling degelijk geregeld. In dit soort standaardisatieprocessen blijkt dat keer op keer dé cruciale factor. Vanuit programmabureau NOiV zien we nog te vaak dat het daar dan ook misgaat. Tot slot is de invloed van belanghebbenden een reden voor het succes geweest. Nogmaals, complimenten daarvoor”, aldus Ineke Schop, die daarin werd bijgestaan door Toon Warnier. “Ik had het niet beter kunnen verwoorden.” Voor Menno van Drunen was de grote succesfactor dat er ‘gewoon begonnen’ is. “We hebben het gedaan, en in dat proces merk je dat de standaard steeds beter wordt en geld oplevert.”

Leveranciers
De laatste sessie voor de pauze werd ingevuld door vertegenwoordigers van een viertal leveranciers (ATPS, Kronos, Atimo en Nedap), bedrijven die zich in hun dagelijks werk bezighouden met de implementatie van de SETU-standaard. Uit de presentaties van het viertal klonk met name tevredenheid door met betrekking tot SETU. Vooral de eenvoud, de toegankelijkheid en de laagdrempeligheid van de standaard werden geroemd, iets dat ook in het buitenland steeds meer begint op te vallen. Zo vertelde Geert Hollander van Nedap dat de standaard sinds kort wordt gepromoot in Duitsland, Spanje en Frankrijk, en dat binnenkort in Duitsland de eerste backoffice wordt gekoppeld met de SETU-standaard.

Centraal in de eerste sessie na de pauze stond een aantal stellingen, waarbij de vier leveranciers ‘aan de tand werden gevoeld’. Een beetje ‘vuurwerk’ kwam er pas bij de derde stelling (‘De verwachtingen van 7 jaar geleden zijn waargemaakt!’), waarbij werd gekeken naar de acceptatie en de behaalde resultaten in de afgelopen jaren. Volgens Paul Brackel (ECP-EPN), een van de mensen die zeven jaar geleden aan de basis stond van de SETU-standaard, kan het wel even duren voordat een standaard voet aan de grond krijgt. “Ik weet uit eigen ervaring hoelang een dergelijk proces duurt. Dat geldt ook voor eventuele besparingen. Bij de start in 2004 werd gesproken over een besparing van 100 miljoen euro op jaarbasis, maar ik denk dat je eerder moet denken aan tienden van procenten daarvan.”

UWV Werkbedrijf
Na de stellingronde was het Martin Harms, plaatsvervangend directeur UWV Werkbedrijf, die een toelichting gaf op de veranderingen die hebben plaatsgevonden en de komende jaren zullen plaatsvinden binnen de muren van UWV, en de rol die SETU daarin speelt. In dat veranderingsproces is een erg belangrijke rol weggelegd voor transparantie, zo maakte Harms duidelijk. “En als je het hebt over optimale transparantie zijn taal- en uitwisselingsstandaarden, zoals SETU, een randvoorwaarde.” Sinds het voorjaar van 2010 werkt UWV nauw samen met SETU, en wordt gezamenlijk gewerkt aan de ontwikkeling van een standaard voor vacature-uitwisseling. “De samenwerking betreft onder meer het delen van kennis en inspanning”, aldus Harms.

Voordat Erik Gerritsen de bijeenkomst afrondde, was het Hetty Braam die namens het bestuur in een paar zinnen duidelijk maakte wat met SETU tot nu toe is bereikt. “Dat is erg veel, en zelfs in Duitsland wordt de standaard nu geadopteerd. Op verzoek zullen we de standaard blijven aanpassen, en dat blijft plaatsvinden aan de hand van een open proces. Iedereen zal kunnen blijven volgen wat wij doen. Tot slot wil ik een woord van dank uitspreken aan de werkgroepen, waar wij veel steun aan hebben. Dat geldt ook voor TNO”, aldus Braam, die op haar beurt nog een moment in het zonnetje werd gezet door de dagvoorzitter. “Ik ben onder de indruk van wat er in de afgelopen jaren is neergezet. Je straalt ook trots uit, en wat mij betreft is dat volkomen terecht”, zo besloot Gerritsen de bijeenkomst.

Tekst: frits.jong@ictu.nl (Frits de Jong – NOiV/ICTU)

Foto’s: paul.ridderhof@studiogemini.nl (Paul Ridderhof – Studio Gemini).
Zie voor meer foto’s: de website van Paul Ridderhof op Flickr

 


Erik Gerritsen


Van links af: Ineke Schop, Toon Warnier en Menno van Drunen


Van links af de leveranciers Geert Hollander (Nedap), Pascal Bouman (ATPS), Rolf van Lierde (Kronos) en Coen van Gogh (Atimo).


Op de voorgrond SETU-bestuurslid Hetty Braam

Martin Harms

Martin Harms